Logo Kunsteducatie Nederland

Een voorbeeld met studenten Sport & Bewegen

Wat kunst kan betekenen voor Burgerschap

De dag na de soapacteer-workshop tijdens het Burgerschapsfestival loopt er een groepje derdejaars studenten langs Rebecca. Niet om gewoon even te kletsen, maar om zich aan te melden voor de volgende ronde: “Ik ga hier meedoen hoor, een vriend van me zei dat het gisteren heel leuk was.” Voor een workshop die officieel over Burgerschap gaat, is dat niet niks. Geen student die dat woord uit zichzelf gebruikt bij Burgerschap.

Dit gebeurde tijdens een tweedaags project dat we na de zomervakantie organiseerden in samenwerking met de opleiding Sport en Bewegen. De burgerschapsdocenten van deze opleiding kwamen met een heel herkenbare wens: aan het begin van het jaar alle studenten “met de neus dezelfde kant op” krijgen en Burgerschap meteen goed introduceren en verankeren. Zodat er gedurende het hele studiejaar weer naar terugverwezen kon worden door de coaches die ook gevraagd waren enthousiast mee te doen met het programma.

Het antwoord werd geen kennismakingsspelletje en geen standaard les over Burgerschap, maar twee dagen vol creatieve workshops (dans, creatief schrijven, acteren, fotograferen, green screen, songwriting en nog veel meer), waarin studenten elkaar én zichzelf tegenkwamen. En het leverde precies dat soort momenten op waar wij het als Kunsteducatie Nederland allemaal voor doen.

Lichaamstaal, verkeerd verstaan

Een van de workshops ging over dans en lichaamstaal, gegeven door André. Binnen no time had hij duidelijk gemaakt wat lichaamstaal allemaal doet, en hoe verschillend één zelfde gebaar door mensen gelezen kan worden. Wat de één als vriendelijk bedoelt, leest een ander als afstandelijk. Wat zelfverzekerd oogt, kan ook onzeker zijn. Precies het soort misverstand waar je in een nieuwe groep tegenaan gaat lopen, en precies het soort inzicht dat je normaal alleen achteraf ter sprake brengt. Hier zagen studenten het live gebeuren, bij zichzelf en bij elkaar.

Een coach van de eerstejaars, die stond te kijken, vatte het zo samen: “Wat een topper, deze gozer.” Dat is geen recensie van een dansworkshop. Dat is waardering voor iemand die in een uur tijd iets kon laten zien dat soms weken duurt om onder woorden te brengen.

“Wat heb je van jezelf meegegeven?”

Bij Hans, tijdens Creatief Schrijven, ontstonden de mooiste en grappigste verhalen. Studenten die van niets iets bedenken, hardop voorlezen, elkaar aan het lachen maken. Tot Hans, tussen neus en lippen door, één vraag stelde: wat heb je van jezelf in dit verhaal meegegeven? Ineens werd duidelijk dat niemand écht uit het niets schrijft, dat iedere gekke hoofdpersoon iets van de schrijver zelf bij zich draagt. Voor een groep die zich net voor het eerst aan elkaar laat zien, is dat een klein, ongevaarlijk moment van reflectie. Geen kringgesprek, geen “vertel eens iets over jezelf”, maar een verhaal dat toevallig ook over jou bleek te gaan. Een interessant moment voor de begeleide coach ook, zo leer je je studenten van een andere kant kennen.

Soapacteren als opening

En dan Rebecca, die hele groepen liet soapacteren. Overdreven emoties, dikke dialogen, hysterische verkleedkleding, iedereen tegelijk aan het spelen. Precies de vorm waarin je je niet kunt verstoppen en waarin niemand het “goed” hoeft te doen, want overdreven ís dus goed. Wat begon als lachen om jezelf en elkaar, werd de volgende dag een reden om terug te komen. Dat is misschien wel de kern van waarom dit werkt: studenten kwamen niet voor Burgerschap, ze kwamen omdat het een keer iets anders was.

Waarom dit meer is dan een leuke dag

Deze drie momenten hebben volgens mij iets gemeenschappelijks: ze gaan alle drie over jezelf laten zien aan een groep die je nog niet goed kent, en over de ander leren lezen. Twee dingen waar Burgerschap in de kern om draait. Alleen gebeurde het niet via een methodische les, tekst of een discussie, maar via dans, schrijven en spel. Precies de vormen die passen bij jongeren.

Er is nog iets: bij een creatieve opdracht begint iedereen even onwennig. Niemand heeft voorkennis, niemand kan “goed” scoren op de verkeerde manier. Die gelijke uitgangspositie maakt een groep meteen een stuk veiliger, en dat is precies de voorwaarde voor de gesprekken over Burgerschap die later in het studiejaar nog zeker gaan volgen.

Deze twee dagen gaven de opleiding niet alleen een leukere start dan een gewone introductieweek, maar ook een gedeelde taal. “Weet je nog, die soapscène” of “die danser van André” wordt later in het jaar een ingang om burgerschapsthema’s weer aan te snijden. Zonder dat het als iets nieuws en iets verplichts voelt.

Wat het vraagt van de organisatie

Dit soort dagen ontstaat niet doordat een kunstdocent achteraf een leuke werkvorm levert bij een kant-en-klaar programma. Het werkt omdat de burgerschapsdocenten samen met ons, vooraf bedachten wat er moest gebeuren: elkaar leren kennen en op een laagdrempelige manier voelen waar Burgerschap over gaat. Vanuit dat doel is gezocht naar workshops en docenten die daarbij pasten. Niet andersom. En het moment deed er ook toe: aan het begin van het jaar, voordat groepjes en gewoontes zich hebben vastgezet, is de impact het grootst.

Burgerschap laat zich niet in een middagje uitleggen en overdragen. Maar het laat zich wel, zo bleek, ervaren met een danser die “een topvent” wordt genoemd, een schrijver die zichzelf tegenkomt in zijn eigen verhaal, en een groep jongens die de volgende dag terugkomt voor meer.

 

/*** Collapse the mobile menu - WPress Doctor ****/